Wintervoer


Bijvoeren in de winter.
Het is weer tijd om de buitenvogels te voeren
Waarom wel voeren?
Er is vaak onvoldoende voedsel voor de buitenvogels te vinden.
Bijvoeren in de winter zorgt ervoor dat de vogels in het voorjaar in goede conditie zijn om hun jongen groot te brengen.
Waarom is energiek voedsel belangrijk?
De voeding moet energiek zijn, zeker als het kouder wordt.
Een vogel moet zuinig met energie omgaan.
Het zoeken naar voedsel, zoals insecten en vruchten, is goed, maar mag niet te veel energie kosten.
Voor het op peil houden van een lichaamstemperatuur van boven de 40°C hebben buitenvogels namelijk veel calorieën nodig.
Hoe kleiner de vogel hoe groter de noodzaak tot bijvoeren.
Het is belangrijk om in Oktober/ November met bijvoeren te beginnen om extra energie te reserveren om de winter te overbruggen.
Hoe tafelen onze buitenvogels?
Niet elke vogel eet het zelfde.
Zo zijn winterkoninkjes en roodborstjes insecteneters die graag hun voer op een beschutte plek(haag of struik) eten.
Mussen, mezen en vinken eten vooral zaden, vetbollen, droog brood en pinda's.
Spechten, groenlingen en putters zijn dol op pinda's en merels lusten graag fruit en strooivoer.
Bijvoeren is genieten!
Van bijvoeren in de tuin wordt door de buitenvogels dan ook graag gebruik gemaakt.
Het geeft vooral ook veel kijkplezier.
Vogels die anders verscholen blijven of in een flits voorbij vliegen, zijn nu gemakkelijk te bekijken.
Voer vooral ook bij struiken en beschutte plekken, dit komt de broed ten goede.
Voer zeer gevarieerd, dus niet alleen vetbollen en pinda's.
Gebruik het complete winterassortiment om de buitenvogels levenskracht te geven!

Let Op! Geef nooit uitgedroogd kokosnootvlees of ongekookte rijst omdat dit kan gaan opzwellen in de vogelmaag, met vaak fatale gevolgen. 
Uitgedroogd brood eerst in water laten weken. 

Let Op! Als mezen in het voorjaar hun jongen volstoppen met pinda’s uit het voedernetje, gaan deze snel dood. 
De pinda’s verteren immers niet in de maag van de jonge mezen. 
Door de volle magen verdwijnt het hongergevoel, de jongen bedelen niet meer, gaan daardoor afkoelen en sterven uiteindelijk. 
Op tijd stoppen met bijvoeren. 

Let Op! Hang of zet het voer niet in de volle zon, bij voorkeur dicht bij geschikte uitkijkposten en dichte struiken. Niet te dicht bij schuttingen of stevige bomen staat vanwege katten. 
Een afdak voorkomt dat het voedsel nat wordt of wegwaait.